Logo Universiteit Utrecht

taalwijs.nu

taalwijs.nu

Doeltaal-Leertaal

Doeltaal Digitaal en Doeltaal-Leertaal, hoe zit dat?

Veel docenten zullen het erover eens zijn dat doeltaalgebruik leerzaam is voor hun leerlingen. Maar hoe pak je dat aan, leerzaam doeltaalgebruik, en wat is leerzaam doeltaalgebruik eigenlijk? Over die twee vragen ging het promotieonderzoek ‘Doeltaal-Leertaal’ van Sebastiaan Dönszelmann. In deze bijdrage wordt Doeltaal-Leertaal kort toegelicht en besproken hoezeer Doeltaal-Leertaal en Doeltaal Digitaal met elkaar samenhangen.

Wat is Doeltaal-Leertaal?

Hoewel het voor de hand ligt om te denken dat leerlingen veel leren van doeltaalgebruik, is dit een veronderstelling met veel kanttekeningen. Leren is namelijk meestal een nogal traag proces dat aandacht, focus en veel activiteit van de leerling vergt. Als je je dan bedenkt hoe ‘vluchtig’ communicatie in het algemeen is, is het maar zeer de vraag of leerlingen zomaar taal leren in een klas waar (vaak merendeels door de docent) in de doeltaal gecommuniceerd wordt. Ga maar eens na: hoeveel Nederlands leert een leerling eigenlijk in de les Geschiedenis, als gevolg van het feit dat men daar Nederlands spreekt? Of hoeveel Engels leerde je bij tijdens die Engelse lezing waar je met je Duitse buurman even iets in het Engels moest overleggen? (en dan zijn wij nog talendocenten, geïnteresseerd in talen…)

Veel meer dan als communicatiemiddel, moet de doeltaal tijdens de les dus ingezet worden als leermiddel. Dat geldt zowel in de les Engels als in de les Frans, Spaans of Duits. Bij Engels kan de docent namelijk het gevoel hebben dat alles prima gaat met het doeltaalgebruik: het ziet er dan naar uit dat iedereen de doeltaal begrijpt en zelfs kan participeren. Maar de kans is groot dat de leerlingen weinig bijleren; door het begrijpen van de docent en het gebruik van het taalmateriaal dat zij al min of meer kenden, leren ze, zo blijkt uit allerlei onderzoek, nauwelijks iets bij. Slechts de taal die ze al kenden zal in sommige gevallen iets beter in het brein verankerd worden. Bij lessen Frans, Duits of Spaans gebeurt vaak het omgekeerde. Docenten proberen de doeltaal wel te gebruiken, maar komen van de koude kermis snel thuis: leerlingen doen onvoldoende mee, ouders, leerlingen, directie en zelfs collega’s klagen, het schiet niet op met de lesstof en sommige docenten beginnen zelfs aan hun eigen vaardigheden te twijfelen.

Hoe werkt dat dan, de doeltaal als leermiddel inzetten? Daarvoor zet de docent een set didactische principes in tijdens het gebruik van de doeltaal (van tevoren goed voorbereid). Deze principes worden uitgebreid beschreven in de bronnen die onderaan deze pagina staan, maar in de kern draait het om zes domeinen waarbinnen docenten hun doeltaalgebruik leerzamer kunnen maken:

  • Een talig en instrumenteel gebruik van de doeltaal (een laag spreektempo, een ingekaderd vocabulairecorpus en een ingekaderd grammaticacorpus waarmee de docent de leerlingen forceert specifieke taalelementen te gebruiken, allerlei herhalingstechnieken)
  • Een plek voor de L1 (100% doeltaal is niet ideaal; de moedertaal is een instrument bij het leren van de vreemde taal dat gericht moet worden ingezet om het leerproces te versterken)
  • Sturen, corrigeren en checken (te veel corrigeren is niet goed, maar wel heel nuttig zijn gerichte correcties (binnen de leerdoelen die de docent met zijn doeltaalgebruik heeft) die leerlingen aan het denken zetten, toegelichte complimenten, de docent als voorbeeld)
  • Activeren en motiveren (een actieve leerling is een voorwaarde voor elk leren, zeker ook bij doeltaalgebruik: klassenroutines, vraagtechnieken, rekening houden met verschillen in je klas, leerlingen bewust maken van het eigen leerproces. En het belangrijkste bij activeren en motiveren is wel: weten dat MINDER stof vaak MEER leren oplevert)
  • Leerling-interactie (leerlingen die communiceren en interacteren leren meer: nazeggend, reagerend, converserend of initiërend: als ze maar gaan spreken)
  • Klassenmanagement (zonder basale klassenorde valt Doeltaal-Leertaal in het water)

Samengevat: het heeft vaak maar beperkte zin om de doeltaal als communicatiemiddel in te zetten in de vreemdetalenles, intuïtief enigszins aangepast aan het niveau van de doelgroep (door Krashen ook wel i+1 genoemd, of later ‘doeltaal voertaal’). Het is te veel op ‘communicatie’ gericht en de meeste docenten zullen al blij zijn als dat communicatieve doel bereikt is (‘we begrijpen elkaar’). Voor een veel groter leerrendement moet de docent het doeltaalgebruik didactiseren en het dus als intensief leermiddel inzetten. Een nauwkeurige uitwerking van de genoemde zes domeinen is terug te vinden in het proefschrift Doeltaal-Leertaal, dat gedeeltelijk heel goed als handboek te lezen is, met vele praktische handreikingen. Voor beknoptere toelichting: zie de publicaties onderaan deze pagina.

Samenhang tussen Doeltaal-Leertaal en Doeltaal Digitaal

Hoe hangt Doeltaal-Leertaal nu samen met Doeltaal Digitaal? Doeltaal Digitaal is een verdiepend onderzoek naar geschikte taaltaken die, met behulp van digitale media, leerlingen verleiden in de doeltaal te werken. Doeltaal Digitaal is een logisch vervolg op het onderzoek van Marrit van de Guchte dat zich richt op taakgericht taalonderwijs, communicatieve grammatica, en de inzet van digitale middelen in het MVT-onderwijs.

Belangrijke kenmerken van de werkwijze in de leertaken van Doeltaal Digitaal komen overeen met de domeinen 3 tot en met 6 van Doeltaal-Leertaal. Beide werkwijzen verlangen op motiverende wijze veel leerling-interactie in de doeltaal. Daarnaast is in beide aanpakken aandacht voor gerichte (maar spaarzame) correctie van het doeltaalgebruik van de leerlingen, waarbij de leerling het liefst zelf sterk betrokken is. Ook veronderstellen beide aanpakken een goede organisatie en structuur in de toegepaste werkvormen, wat de klassenorde ten goede komt. Domein 1 en 2 komen logischerwijs minder in de digitale taken terug, aangezien die domeinen eerder in mondelinge interactie tussen docent en leerlingen aan de orde zijn.

Met andere woorden: Doeltaal-Leertaal en Doeltaal Digitaal zetten beide in op het didactiseren van het doeltaalgebruik. De eerste meer vanuit de communicatie tussen docent en leerling, de tweede vanuit taken en didactisch ingezette communicatietools. Iedere docent die Doeltaal-Leertaal optimaal wil inzetten, heeft dus veel profijt van de prachtige taaltaken horende bij Doeltaal-Digitaal. En andersom, iedereen die de taaltaken van Doeltaal Digitaal goed inzet, werkt (mogelijk onbewust) al in grote mate volgens de principes van Doeltaal-Leertaal en de zet de doeltaal dus niet meer intuïtief, maar didactisch verantwoord leerzaam in!

Praktische informatie

Cursussen

Heb je interesse voor een cursus Doeltaal-Leertaal bij jou op school? Neem dan contact op met Sebastiaan Dönszelmann (info@onderwijstraining.eu)

Achtergrond

Als je bondige informatie zoekt over Doeltaal-Leertaal:

Dönszelmann, S. (2018). Doeltaal-Leertaal. Over bibberen aan de rand van het taalbad en het docenten-taalbewustzijn. In J. Bloemert, K. de Glopper, W. Lowie, C. Ravesloot, K. van Veen & J. Graus (red.), Vakdidactisch onderzoek en de onderwijspraktijk (36-39). Utrecht: Levende Talen.

Als je meer wilt weten over de kenmerken van Doeltaal-Leertaal en de didactische ontwikkeling van de groep docenten die deelnamen aan het onderzoek:

Dönszelmann, S., Kaal, A., Beishuizen, J., & Graaff, R. de. (2016). Doeltaal Leertaal: Een didactiek en een professionaliseringstraject. Levende Talen Tijdschrift, 17(3), 35–45.

Als je wilt lezen over het effect van de Doeltaal-Leertaaldidactiek op de leerresultaten van leerlingen:

Dönszelmann, S., Kaal, A., Graaff, R. de & Beishuizen, J. (2019). Doeltaal-Leertaal; de invloed van een concrete doeltaaldidactiek op vaardigheidsprestaties in de reguliere mvt-les. Levende Talen Tijdschrift, 20-4 (2-12).

Als je je uitgebreid wilt informeren over Doeltaal-Leertaal, veel handreikingen zoekt en alles wilt weten over de achtergrond van het onderzoek, de grote groep deelnemende docenten en de bijbehorende effectstudie onder docenten en leerlingen:

Dönszelmann, S. (2019). Doeltaal-Leertaal: Didactiek, professionalisering en leereffecten. Proefschrift. Vrije Universiteit Amsterdam. Almere: Parthenon.

Als je meer wilt weten over de vreemdetalendidactiek in de breedte (dus over Doeltaal-Leertaal en Taakgericht talenonderwijs, maar ook over Luistervaardigheidsdidactiek, Toetsen, Intercultureel talenonderwijs of Taalbewustzijn) neem dan eens een kijkje in het nieuwe Handboek Vreemdetalendidactiek: Dönszelmann, S., Beuningen van, C., Kaal, A.A. & Graaff de, R. (2020). Handboek Vreemdetaledidactiek; vertrekpunten, vaardigheden en vakinhoud. Bussum: Coutinho.

Als je meer wilt weten over de inzet van taaltaken en ICT in het vreemdetalenonderwijs lees dan het hoofdstuk. Guchte, van de, M. (2020). ICT niet alleen voor de leuk. In Dönszelmann, S., Beuningen van, C., Kaal, A. & Graaff de, R. (2020). Handboek Vreemdetaledidactiek; vertrekpunten, vaardigheden en vakinhoud. Bussum: Coutinho.

Of:

Guchte, van de, M. & Rijlaarsdam G. (2018). Chatten in taakgericht mvt-onderwijs: Effect op doeltaalgebruik en ervaringen van leerlingen. Levende Talen Tijdschrift, 19(4), 3-14.

Werkvormen

Vanzelfsprekend kun je op de pagina’s van Doeltaal Digitaal al allerlei werkvormen vinden die eraan bijdragen dat de doeltaal actief en leerzaam wordt toegepast. Zoek je nog meer werkvormen? Klik dan op onderstaande links naar werkvormen op deze site die aansluiten bij of voortkomen uit het Doeltaal-Leertaalonderzoek.

Tekenen, bespreken en beschrijven

“Sta op als…”; Inductie en doeltaal, hoe doe je dat?

Zeichnen 2.0 (Duits/MVT)

Taalleerbewustzijn – Op (vakdidactisch) avontuur met je leerlingen!