taalwijs.nu

taalwijs.nu

De jury heeft gesproken: het talenonderwijs heeft een deltaplan nodig

Door Maaike Koffeman (Meesterschapsteam Moderne Vreemde Talen)

Over de noodzaak om het talenonderwijs te vernieuwen is al veel gezegd en geschreven, onder andere in de blogsectie van deze website. De jarenlange pleidooien voor een meer inhoudsrijk curriculum en een minder eenzijdig eindexamen lijken eindelijk hun vruchten af te gaan werpen, getuige de eerste tussenproducten van de vakvernieuwingscommissies die begin oktober werden opgeleverd. Het is nadrukkelijk de bedoeling dat docenten bij dit proces betrokken worden. Om die reden was tijdens het Congres Levende Talen op 14 oktober veel tijd ingeruimd voor discussies over vakvernieuwing. Curriculumexperts van SLO gaven toelichting op de actualisatie van de examenprogramma’s Nederlands en MVT en docenten werden uitgenodigd om feedback te geven op de plannen. Bij binnenkomst in congrescentrum de Reehorst in Ede werden deelnemers meteen uitgenodigd hun mening en inzichten te delen op grote vellen papier die op de muren waren aangebracht.

De muurkrant op het Congres Levende Talen

Het thema vakvernieuwing werd prachtig op de kaart gezet tijdens de opening van het congres, die de vorm had van een kort geding over de vraag of het onderwijs een deltaplan nodig heeft. Folkert Kuiken en Jelle Kaldewaij (procesregisseurs van de vakvernieuwingscommissies) verschenen in vol ornaat als rechters; hun taak was het om de stemming door de jury, dat wil zeggen alle congresdeelnemers in de zaal, in goede banen te leiden. Een eerste peiling onder leverde een opmerkelijk beeld op: circa tweehonderd stemmen voor, en slechts tien stemmen tegen. Je zou kunnen zeggen dat daarmee het pleit beslecht was, ware het niet dat veel juryleden hun stemkaarten nog voor de borst hadden gehouden in afwachting van het debat. Ze kregen daarin geen ongelijk, want de sprekers zouden in het komende uur de stemming in de zaal nog meermalen doen kantelen.

Als eerste kreeg vakdidacticus Sebastiaan Dönszelmann (VU) de gelegenheid om de noodzaak van een deltaplan te verdedigen. Hij begeesterde de juryleden met een vlammend pleidooi voor de prachtige kansen die taalonderwijs biedt als we het de ruimte en de inhoud geven die het verdient. Goed talenonderwijs reikt interessante en relevante kennis aan; het vergroot de wereld van jonge mensen, het versterkt hun analytische vaardigheden, inlevingsvermogen en creativiteit. Dat plezier in taal een belangrijke waarde is voor Dönszelmann, bleek uit de mooie stijlfiguren waarmee hij zijn betoog doorspekte. Om te voorkomen dat de taalvakken verzuipen in zwakke prestaties en een slecht imago, stelde hij, volstaat het niet langer om kleine reparaties aan de dijken uit te voeren: we hebben heuse deltawerken nodig. Het gaat dan onder meer om nieuwe examenprogramma’s, betere randvoorwaarden voor docenten (kleinere klassen, minder lesuren per week) en ruimte om goed onderwijs te ontwikkelen op basis van kennis uit de theorie en praktijk.

Lerarenopleider Willemijn Zwart (Saxion Hogeschool) had de lastige taak om advocaat Dönszelmann van repliek te dienen, en deed dat met verve. Zij verwierp het idee van een alomvattend, van bovenaf opgelegd deltaplan. Dat zou in haar optiek onvoldoende vrijheid bieden aan scholen en docenten om naar eigen inzicht het beste onderwijs te realiseren voor hun leerlingen. Zwarts betoog werd effectief ondersteund door een tweetal getuigenverklaringen. Schoolleider Gert-Jan Baan beargumenteerde zijn scepsis ten opzichte van het voorstel op basis van zijn ervaringen met eerdere grootscheepse onderwijsvernieuwingen zoals de Tweede Fase en de deeltalen. Hiermee raakte hij duidelijk een gevoelige snaar bij een deel van de juryleden. Deze grote ingrepen, zo stelde Baan, werden te instrumenteel aangepakt en hadden tot gevolg dat de professionele ruimte van docenten kromp en zij onzeker en terughoudend gedrag gingen vertonen. De tweede getuige, docent Laurent Chambon, verwierp het idee van een deltaplan juist op grond van de overtuiging dat het uitstekend is gesteld met de vakbekwaamheid van talendocenten. Toch uitte ook hij en passant de behoefte aan veranderingen: meer ruimte voor de talen in de lessentabel en een ander toetssysteem.

De verdediging deed vervolgens een sterke tegenzet door maar liefst drie getuigen aan het woord te laten over hun visie op de vakvernieuwing. Marrit van de Guchte (vakdidactisch onderzoeker aan de UvA) richtte zich vooral op de noodzaak van nieuwe toetsvormen gericht op de integratie van vaardigheden. Ze gaf daarvoor op basis van haar eigen een aantal concrete aanzetten, die ook het taalleerplezier bij leerlingen zouden bevorderen. Schoolleider Mirjam Heller pleitte op haar beurt voor vakoverstijgende samenwerking en ontwikkelruimte voor docenten. Het belang van dat laatste werd krachtig onderstreept door Corrien Blom, die naast haar baan als docent studeert aan de VU. “Groeien kost tijd”, zo stelde zij – tijd om het geleerde volle aandacht te geven en te experimenteren in de praktijk. Dat laatste geldt natuurlijk evenzeer voor ervaren docenten. Willen wij het onderwijs inhoudelijk vernieuwen, dan is het essentieel dat daarvoor ook de goede randvoorwaarden worden geschapen – “een deltaplan dus”, concludeerde Dönszelmann.

In de laatste fase van dit kort geding kregen de beide advocaten de gelegenheid om elkaars getuigen aan de tand te voelen. Nu werd duidelijk dat alle sprekers het over heel wat zaken eens waren. Met name Dönszelmann slaagde er vaak in om de argumenten van tegenpartij om te buigen in zijn richting, vooral wat betreft de behoefte aan een gevarieerder en inhoudelijk rijker eindexamen. In haar repliek benoemde Zwart nog eens het risico van een stelselwijziging die een papieren tijger zou blijken te zijn en geen recht zou doen aan de professionaliteit van docenten. Verrassend genoeg eindigde zij haar slotpleidooi met de roep om een “alfaplan”. 

Voordat de zitting kon ontaarden in een retorische discussie over het verschil tussen een alfa- en een deltaplan, lieten de rechters de juryleden nogmaals stemmen. Dankzij de gepassioneerde en goed onderbouwde betogen van alle sprekers hadden inmiddels de meesten van de ongeveer 600 congresdeelnemers zich een mening gevormd over deze belangrijke kwestie. De stelling “het talenonderwijs heeft een deltaplan nodig” werd aangenomen met circa 300 tegen 140 stemmen.

Het was mooi om te ervaren hoezeer de docenten in de zaal werden meegenomen in een discussie die maar al te vaak buiten hen om wordt gevoerd. Later op de dag kregen zij nog volop de gelegenheid om hun mening te uiten over de voorgenomen vakvernieuwing. Het lijkt me essentieel dat zij ook bij de volgende fasen van het proces betrokken blijven. Dat zij het belang ervan inzien, is in deze zitting overtuigend gebleken. En ja, misschien is “alfaplan” uiteindelijk wel een betere term voor het vernieuwen van het onderwijs Nederlands en MVT. In dat geval kunnen beide partijen elkaar de hand schudden en zich samen inzetten voor het talencurriculum van de toekomst. 


terug

Een reactie to “De jury heeft gesproken: het talenonderwijs heeft een deltaplan nodig”

  1. Willemijn Zwart

    Wat een prachtige samenvatting van een enerverend debat! Mijn hoop is vooral dat mijn rol als critical friend de vakbernieuwingscommissies helpt tot effectief beleid te komen, waarin we blijk geven geleerd te hebben van eerdere onderwijsvernieuwingen en de mitsen en maren uit de praktijk serieus nemen; samen komen we verder!

    Kleine inhoudelijke correctie: sinds 2020 niet meer actief als lerarenopleider, wel als educatief ontwikkelaar overigens.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.