taalwijs.nu

taalwijs.nu

Daniela Fasoglio: “Wij taalliefhebbers zijn wereldverbeteraars!”

Daniela Fasoglio (1962) is geboren en getogen in Italië en ontwikkelde al op jonge leeftijd een liefde voor talen, en voor tolken en vertalen. Via het Engels en het Duits kwam ze uiteindelijk vanwege de liefde in Nederland terecht. Sinds begin jaren 2000 werkt ze bij SLO, het landelijk expertisecentrum voor het curriculum, en maakt ze zich sterk voor de moderne vreemde talen in het Nederlands onderwijs. Lees hier haar meertalige verhaal. 

Welke talen beheers jij?

Ik geef je eerst het lijstje: Italiaans, receptief Piëmontees, Engels, Duits, Frans, Spaans en een klein beetje Chinees, en natuurlijk Nederlands.

Hoe ben je meertalig geworden? 

Mijn ouders spraken thuis het Piemontese dialect met elkaar; mijn opa sprak niet eens Italiaans. Met mij spraken ze wel altijd Italiaans want conform de tijdsgeest wilden ze niet dat ik dialect sprak. Op school leerde ik natuurlijk standaard Italiaans. Piemonte ligt vlakbij Frankrijk en wij gingen er vaak naartoe. Ik merkte al gauw dat ik Frans best goed kon verstaan. Op een gegeven moment hadden we op de basisschool  een boekje ‘Allo?… Ici l’interprète’. Dat vond ik prachtig. Toen de juf vroeg wat we later wilden worden, antwoordden mijn klasgenoten met kapper, juf enzovoorts, maar ik wilde tolk worden. Niemand van mijn klas wist wat het was. Mij leek het zo leuk om mensen die verschillende talen spreken, met elkaar in contact te brengen. Die fascinatie voor andere culturen en het zoeken naar overeenkomsten is altijd gebleven.

Engels heb ik op school geleerd. Ik was stante pede verliefd op die taal. Voor een mondeling op mijn twaalfde was ik de enige die een heel boek in het Engels had gelezen: The Hound of the Baskervilles

Op mijn vijftiende begon ik te reizen, eerst naar Engeland en Frankrijk, later verder en meer. Dat is nooit overgegaan. Ik voelde me gaandeweg steeds minder Italiaans en steeds meer wereldburger. Talen en reizen helpen je om je eigen achtergrond en cultuur te relativeren. 

Zo kwam ik ook bij het Duits terecht. Mijn opa heeft Mauthausen niet overleefd. Mijn moeder en mijn oma, die bij ons in huis woonde, spraken dagelijks met grote haat over de Duitsers en hun vreselijke taal. Maar ik wilde niet geloven dat alles wat Duits is, slecht is. Ik wilde de taal leren en het land zelf ervaren. Als zestienjarige ging ik als au pair naar Beieren en daarna ben ik Duits gaan studeren. Ik was van plan om in Duitsland te gaan wonen. De Duitse taal, geschiedenis en literatuur, en hoe die taal in elkaar zit, waren mijn lust en mijn leven. Maar ja, toen kwam ik een Nederlander tegen en ben in 1994 naar Nederland verhuisd. Ik was ontzettend ambitieus en ben vliegensvlug Nederlands gaan leren. Op basis van mijn Duits ging dat best goed. Na vier maanden heb ik het NT2 Staatsexamen II (nu gekoppeld aan B2 niveau van het ERK) gehaald.

Het was in die tijd aan het begin voor mij lastig om werk te vinden. Er waren veel vooroordelen omdat mijn Nederlands niet perfect was. Bij een van die sollicitatiegesprekken vroegen ze ‘Kun je wel schrijven?’ En tijdens mijn lerarenopleiding Italiaans aan de UvA kreeg ik weer zo’n opmerking: ‘Aan je Nederlands kun je wel horen dat je een buitenlander bent.’ Toen heb ik besloten: ‘Dit moet anders. Dit wordt mijn missie: meertaligheid (inclusief die van mezelf) moet een meerwaarde zijn!’

Daarna heb ik honderden dingen met taal gedaan waarbij mijn taken steeds meer de didactische kant op gingen. Tolken, vertalen, films ondertitelen, ik heb aan een lesmethode meegewerkt, als lexicograaf aan de UvA gewerkt en daar ook les gegeven bij taalverwerving Italiaans en aan de HU bij de opleiding tolken en vertalen, Engels gegeven op het Spinozalyceum. Uiteindelijk heb ik op het Amsterdams Lyceum het curriculum Italiaanse taal en cultuur opgezet. Daar ben ik best trots op want het is daar nog steeds een volwaardig examenvak met een prachtig curriculum waarin taal en cultuur met elkaar vervlochten zijn, dat mijn opvolgers zo mooi doorontwikkeld hebben.

Vanaf begin jaren 2000 werd ik voorzitter van het Platform Nieuwe Schooltalen, kort daarna ging ik aan de slag bij SLO – eerst met een kleine aanstelling die later steeds meer uitgebreid werd. Op gegeven moment hadden ze behoefte aan een expert voor Spaans en ik zei tegen mijn leidinggevende: ‘Geef me een paar maanden!’ – vanuit het Italiaans is het niet zo lastig. Ik ben toen naar Spanje gegaan om de taal te leren. Dat was fantastisch en ik vond het reuze-interessant om meer over de Spaanse cultuur en verleden te leren. Ik vind het belangrijk om te begrijpen hoe het voor Nederlandse leerlingen op school is. Hoe we ze kunnen uitdagen om op basis van hun Germaanstalige achtergrond een Romaanse taal te leren.

Met Chinees ging het ook zo. Ik kreeg de verantwoordelijkheid over een driejarige pilot die de invoering van Chinese taal en cultuur als examenvak in het vwo moest beproeven en evalueren. Ik zei ook toen weer: ‘Geef me een paar maanden.’ Het was natuurlijk veel lastiger dan Spaans en ik deed er niet een paar maanden maar drie jaar over om tot een A2 te komen. Maar het was voldoende om hetzelfde niveau te bereiken als leerlingen op de middelbare school. Ik wilde voelen waarmee we leerlingen gingen confronteren. Daarom ben ik ook twee keer naar China geweest voor les. Ik heb het daarna losgelaten en mijn Chinees is nu weer weggezakt. Wat blijft, is de ervaring met de cultuur. Deze ervaring heeft mij echt van de meerwaarde van het schoolvak overtuigd. De onderdompeling en ontmoeting met de Chinese cultuur is zo’n verrijking. Ik heb ook een jaar Russisch geleerd, gewoon voor de leuk, en ik heb er later nog profijt van gehad toen we met een koor een Russisch programma zongen. 

De enige taal die ik noodgedwongen heb moeten leren is het Nederlands. Het was nooit mijn favoriete taal. Toen ik begon, zat ik vier dagen per week op cursus want ik moest en zou het Staatsexamen halen, maar aan het eind van de week had ik echt keelpijn – verschrikkelijk! Ik vond en vind Duits zoveel mooier en zuiverder in zijn klank. Klank is voor mij belangrijk. Ik hou ook heel erg van muziek. Als ik moe ben, schieten mijn klanken naar voren. En nog haal ik vaste uitdrukkingen door elkaar. Ik leefde jarenlang in de veronderstelling dat het ‘de vliegende kip’ was – ik zag dat kippetje vliegen – totdat iemand mij erop wees dat het een ‘ie’-klank is.

Welke rol spelen die verschillende talen in je dagelijks leven?

Engels is een van mijn werktalen. Ik gebruik het vooral voor het lezen van literatuur en als ik met een expertisegroep in Straatsburg werk – en natuurlijk voor films en vrije tijd. Lange tijd was ook Nederlands voor mij een werktaal, maar inmiddels is het mijn hoofdtaal, ook privé. Italiaans blijft de taal van mijn roots en mijn jeugdvrienden en wat ik met mijn kinderen spreek – ongeacht welke taal ze terugspreken. Hoewel, toen ik een paar jaar geleden een presentatie in Vicenza over het Chinese curriculum moest geven, heb ik woorden moeten opzoeken. Dat was best confronterend. Italiaans is ook verbonden aan het werk van mijn man. Hij is gespecialiseerd in oude muziek en ik doe soms coaching voor musici en help met vertalingen van teksten voor zangers. Spaans is de taal van de Camino Primitivo a Santiago de Compostela, die ik heb gelopen. Met Frans red ik mij wel, bij een conferentie hoef ik bijvoorbeeld bij een bijdrage in het Frans geen koptelefoon aan. Duits is inmiddels mijn frustratietaal want ik spreek het niet meer zo goed als vroeger en ik houd toch nog steeds heel erg van deze taal. 

Ik vind het een uitdaging om ervoor te zorgen dat elke taal in het onderwijs en in de samenleving tot zijn recht kan komen. Ook in mijn werk: hoe kun je ervoor zorgen dat leerlingen de kans en de uitdaging krijgen om hun meertaligheid te ontdekken en verder te ontwikkelen?

Welke talen zou je nog graag willen leren? 

Ik ben heel nieuwsgierig naar Arabisch, naar de klanken en hoe de taal in elkaar zit. Hoe maak je betekenis in deze taal? Het is zo anders dan in de talen die ik ken. Het is maatschappelijk ook heel relevant om te begrijpen hoe die taal en cultuur in elkaar steekt. Ik heb ooit een heel fijn gesprek gehad over de meerwaarde van de Ramadan en dacht: ‘Wat mooi. Dat kunnen wij niet.’ Het zijn momenten van ontmoeting. Ik moet ook vaak denken aan wat Claire Kramsch the third space noemt: de nieuwe ruimte die je creëert in de ontmoeting met de ander. Culturen zijn altijd verweven door andere culturen, dát te beseffen, is verrijkend. En taal is de deur die toegang geeft tot mensen en culturen. Ik zie ook altijd de overeenkomsten. Zelfs met Chinees dacht ik soms: ‘Oh, klopt, dat doen Italianen ook zo.’ Tja, en gebarentaal leren zou ik ook wel heel spannend vinden. Hoe communiceer je zonder klank? Dat is heel aantrekkelijk. 

Zijn er ook negatieve aspecten van meertaligheid?

Je moet leren accepteren dat het soms mis kan gaan. Je vist niet altijd uit het juiste taalpotje. Soms pak ik iets uit een andere taal en helaas klopt het dan niet. Dat snap je dan als iemand heel vrolijk naar je glimlacht. Vroeger heb ik me wel vaak onzeker gevoeld in mijn talen omdat het niet perfect was. Ook dat moest ik leren. 

Meertaligheid is een rijkdom – dat geldt voor mij maar natuurlijk ook voor leerlingen in het vo, of het nou vmbo basis-kader is of vwo. Toch moeten we er rekening mee houden dat het in sommige gevallen niet altijd een feest is. Er zijn schrijnende situaties van leerlingen voor wie de meertaligheid een drempel vormt. Daar moeten we aan werken. Met taal word je burger. Taal is het vehikel om volwaardig mee te kunnen doen aan de samenleving. Daar geloof ik heel sterk in. Wij taalliefhebbers zijn wereldverbeteraars!

Wat is volgens jou de beste manier om een nieuwe taal te leren?

De beste manier is die, die bij jou past. Het belangrijkste is het waarom. Wat is je motivatie? Die moet je vinden en volgen. Het is dus heel persoonlijk. Voor mij is het: ga naar het land waar die taal gesproken wordt, want dan komt die motivatie vanzelf. Je wilt met die mensen en cultuur in contact komen. Zelf ben ik vrij conceptueel. Ik zoek altijd de overeenkomsten tussen talen en wil precies weten hoe het in elkaar zit.

Wat kan er beter aan het taalonderwijs in Nederland?

Dat ligt zo dicht bij mijn werk en daar heb ik zoveel ideeën over, daar moet ik hier misschien niet over beginnen… Vooruit, één zin: meertalige en pluriculturele kennis en vaardigheden behoren tot de basisvaardigheden van deze samenleving. Ze zijn voorwaardelijk voor de communicatie over de grenzen van je eigen eerste taal en cultuur, en zijn daarmee een bouwsteen voor het bevorderen van begrip en waardering. Talenonderwijs verdient een betere plek op school. Geef leraren de ruimte, en het professionele gereedschap om dat te realiseren, en leerlingen zullen dat ook zelf ervaren. Oeps, toch meer dan een zin.


terug

10 reacties to “Daniela Fasoglio: “Wij taalliefhebbers zijn wereldverbeteraars!””

  1. Carole Westerkamp

    Een prachtig verhaal, Daniela. Ik heb weer iets nieuws geleerd, ik kende de uitdrukking “the third space” nog niet. Ik ben ook tweetalig opgevoed hetgeen de basis is geweest voor mijn liefde voor talen. Ik spreek er 10 op minimaal B2 niveau plus nog een paar op A1 of A2. Ik ben nu met Arabisch bezig, inderdaad een prachtige taal, ik kan het iedereen aanbevelen.
    Het mooiste in jouw verhaal vind ik je opmerking dat taal de deur is die toegang geeft tot mensen en culturen. Dat was voor mij ook de reden dat ik NLP trainer ben geworden, om nog meer in taal te kunnen aansluiten bij de ander.

  2. Fiona Alwayn

    Mooi verhaal. Meertaligheid. Ik ben er zelf ook 1, spreek 5 talen, ben 2-talig opgevoed, en hou van taal en wat je ermee kunt bereiken.

  3. Claudia Hutter

    Daniela, je spreekt uit mijn hart! Ik ben in Zwitserland opgegroeid, met 3 talen en met het Schwäbische en de Egerländer dialect van mijn moeder. In totaal een reuzachtige bron van cultuur en woordenschat, maar soms te diepe bron om ad hoc een woord op te duiken. Dat merk ik nu in mijn studie 2e graads Docent Duits aan de NHL Stenden in Leeuwarden. Meertaligheid moet veel meer gewaardeerd worden!

  4. Leonie Crom-Wagenaar

    Prachtig verhaal Daniëla, zeer herkenbaar voor mij als meertalig opgegoeide, en ik zie je enorme bevlogenheid weer. Super pleidooi voor de waarde van taal in de samenleving, dat ik geheel onderschrijf!

  5. Jannita

    Wat een gaaf artikel Daniela, waarbij ik je passie voor taal nog beter begrijp!

  6. Inge Jansen

    Wauw, Daniela wat een mooi persoonlijk verhaal! Ik krijg na het lezen van je verhaal ook direct zin om me weer in het Arabisch te verdiepen of in gebarentaal -ook voor mij al jaren een wens. Heb je het programma Hands-up gezien? Ik was fan!

  7. Hetty

    Prachtig bevlogen verhaal van een zeer gewaardeerde oud-collega, waarvan ik nog niet alle elementen kende, maar wel haar passie herkende! Dit zouden veel mensen moeten lezen, vooral mensen in het onderwijs en beleidsmakers. Dank voor je openheid, chère collègue!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.