Van papier naar praktijk: onze ervaringen met de vernieuwde (concept) eindtermen
Door Jacinta Timmers, docent Duits en vadidacticus Duits bij Radboud Universiteit en Emile Prick, docent Duits
Op het Huygens Lyceum in Eindhoven zijn we dit schooljaar gestart met het beproeven van de nieuwe (concept)eindtermen voor de vakken Duits en Engels. Voor Duits doen we dit in vwo 5 en voor Engels in havo 4.
Op 14 september vond de eerste bijeenkomst plaats met alle deelnemende scholen en de Stichting Leerplan Ontwikkeling (SLO). Tijdens deze bijeenkomst kregen we een eerste toelichting op de nieuwe (concept)eindtermen, maakten we kennis met collega’s van scholen uit het hele land en gingen we met elkaar in gesprek over wat wij belangrijk vinden binnen het mvt-onderwijs. Per taal en niveau kregen we een aantal (concept)eindtermen toegewezen om in de praktijk te testen. Voor Duits vwo ging het om eindtermen rond fictie en literatuur, en voor Engels havo om de eindterm rond Lingua Franca, oftewel Engels als contacttaal tussen sprekers die het niet als moedertaal hebben. Aan het einde van deze eerste bijeenkomst ontvingen we het onderwijsmateriaal dat we zouden gaan beproeven.
Op basis van de subsidie voor de beproeving van de eindtermen kregen we één dagdeel per week ontwikkeltijd, de dinsdagmiddag. Tijdens deze middagen gingen we aan de slag met het ontwikkelen van materiaal. Omdat het door SLO voorgestelde materiaal voor onze doelgroep (vwo 5) behoorlijk uitdagend bleek, besloten wij om zelf een lessenreeks te ontwikkelen, gebaseerd op het toneelstuk Terror van Ferdinand von Schirach. Het toneelstuk bestaat uit een rechtszaak tegen een straaljagerpiloot die op eigen gezag een vliegtuig met 164 inzittenden uit de lucht heeft geschoten, om zo een terroristische aanslag in een voetbalstadion te voorkomen. De centrale vraag is of je mensenlevens tegen elkaar mag afwegen.
De nieuwe eindtermen zetten ons echt aan het denken en dwongen ons om het literatuuronderwijs anders aan te pakken dan we gewend waren. Waar we vroeger vaak klassikaal en op een meer traditionele manier een boek lazen, werkten we nu op een heel andere, vernieuwende manier.
Binnen de lessenreeks besteedden we op verschillende manieren aandacht aan thema’s in het boek Terror. Zo gingen de lessen in op de inhoud van het verhaal en makten leerlingen kennis met het Duitse rechtssysteem, dat een rol speelt in dit theaterstuk. We lazen deels samen in de klas, maar leerlingen lazen ook zelfstandig en in groepen. Tussendoor werkten de leerlingen aan diverse schrijfopdrachten, waarin zij reflecterden op het morele en ethische dilemma dat centraal staat in het verhaal. Daarnaast verdiepten zij zich in de personages door middel van personageanalyses. Bovendien lerden zij argumenten van verschillende personages te ordenen en beargumenterden ze waarom een bepaald argument sterker is dan een ander. Op deze manier combineerden we leesvaardigheid, schrijfvaardigheid en kritisch denken, en werden leerlingen actief betrokken bij zowel het verhaal als de maatschappelijke thema’s die het boek aansnijdt. De laatste les van de lessenreeks focuste op de creatieve vaardigheden van de leerlingen. Ze moesten een gedicht of een stripverhaal schrijven over twee dilemma’s uit het boek. Dit leverde prachtige en verrassend creatieve resultaten op. Bij dit artikel voegen wij daarom graag een voorbeeld toe: een gedicht van een leerling uit vwo 5. Dit gedicht is tijdens de les, zonder gebruik van hulpmiddelen, geschreven. (het gedicht is niet gecorrigeerd, alleen gekopieerd van papier)
Der Zug
Welche Wahl müssen wir machen?
Fünf oder Hundert töten, müssen wir uns das fragen?
Ein Zug fahrt schnell, fünf Menschen stehen.
Ich kann die Weiche anfach drehn.
Tu ich es nicht, dann sterben sie.
Zieh ich den Hebel, dann sterben sie.
Hundert leben oder fünf zugleich?
Die Zahlen sein nicht wirklich.
Mein Kopf sagt ja, mein Herz sagt nein.
Denn Schuld bleibt Schuld, so soll es sein.
Dann steht ein Mann auf der Brücke
Zu dick, zu schwer, sein letzter Blick.
Man sagt, stoß ihn, dann stoppt der Zug.
Fünf leben weniger, klingt doch klug?
Ich frage mich in den stiller Nacht:
„Was ist gut, wenn ich es selbst gemacht?“
De lessenreeks werd afgesloten met een schrijftoets die aansluit bij domein A: communicatie. De leerlingen schreven een recensie rond de thema’s en personages uit het boek. De beoordeling was vooral gericht op de inhoud en op het schrijfvaardigheidsniveau, dat op B1 ligt voor vwo 5. Al met al zijn we enthousiast over de uitvoering van de lessenreeks en over de resultaten, maar er is voor volgend jaar natuurlijk altijd ruimte voor verbetering.
Op 14 januari ontvingen wij nadere informatie over het nieuwe centrale eindexamen (CSE). Begin maart zullen onze leerlingen van vwo 5 een proeftoets maken die zoveel mogelijk aansluit bij dit vernieuwde examen. Hiervoor hebben wij oefenmateriaal ontvangen, waarmee we momenteel aan de slag gaan. Het nieuwe eindexamen zal bestaan uit een combinatie van lees- en luistervaardigheid. Daarnaast zullen ook de domeinen taal- en cultuurbewustzijn een plaats krijgen binnen het examen. De leerlingen moeten vragen beantwoorden waarin zij informatie moeten verzamelen en combineren uit verschillende schriftelijke en audiovisuele bronnen die betrekking hebben tot éen onderwerp uit de domeinen taal- en cultuurbewustzijn. Dit is dus vernieuwend ten opzichte van het oude eindexamen dat al jarenlang op dezelfde manier wordt vormgegeven. Het oefenmateriaal dat wij kregen heeft als thema Jugendwort des Jahres, een interessant thema dat ook aansluit bij de domeinen taal- en cultuurbewustzijn. Wij zijn benieuwd hoe de leerlingen deze nieuwe manier van werken met lees- en luisterfragmenten ervaren en in hoeverre zij in staat zijn deze fragmenten met elkaar te vergelijken.
Bronnen:
Conceptexamenprogramma Duitse taal en cultuur – versie 2 – vwo – SLO
Actualisatie van de examenprogramma’s – SLO
terug