taalwijs.nu

taalwijs.nu

Elise Bouman: “Alles is taal!”

Elise Bouman is onderwijskundig projectleider aan de Universiteit Leiden en vaksteunpuntcoördinator bij het Amsterdamse vo-ho netwerk AlfaGammapartners. In haar dagelijks leven bouwt Elise bruggen tussen het voortgezet onderwijs en de universitaire wereld. Haar ambitie is het onderwijs te veranderen, netwerken te versterken en zo mee te werken aan een curriculum waarin leerlingen (weer) enthousiast worden over het leren van een nieuwe taal en cultuur.

Welke talen heb jij vroeger geleerd en waarom?

Op de middelbare school leerde ik Engels en Nederlands. In de brugklas kwam daar Frans bij, maar dat vond ik erg moeilijk, ik haalde dikke onvoldoendes. Via Stichting Europa Kinderhulp nodigden mijn ouders in die periode een Frans meisje uit voor vier weken vakantie bij ons thuis. Door haar dingen aan te wijzen en “Qu’est-ce que c’est?” te vragen, heb ik in een paar weken veel Frans geleerd. Terug op school haalde ik opeens tienen en ontstond mijn ambitie om Frans te leren en het onderwijs te verbeteren. Ik had ervaren hoe je een taal kunt leren door die te spreken, en vond het gek dat daar in het klaslokaal niets mee werd gedaan.

Aan het eind van mijn middelbare school heb ik getwijfeld of ik Frans wilde studeren, of liever Duits-Russisch. Op dat moment was er in het Oostblok een onontgonnen gebied dat me fascineerde en waar mijn docent Duits mooi over vertelde. Ik had een penvriendin in Oost-Duitsland en een grote liefde voor die taal. Toch kwam ik erachter dat de liefde voor Frans groter was. Tot nu toe ben ik enorm tevreden met mijn keuze.

En het Franse meisje? Uiteindelijk kwam ze tien jaar lang steeds terug in de zomer en in de kerstvakantie.

Zijn er ook talen die je later hebt geleerd? 

Toen ik les gaf op het gymnasium in Leiden, ben ik Spaans gaan leren om beter te begrijpen wat leerlingen doormaken. Dit was leerzamer dan ik vooraf had bedacht. Ik merkte dat ik een enorme streber was en dat ik eigenlijk alleen tevreden was met een 10. Ik voelde me echt zo’n braaf brugklasmeisje zoals ik ze op het gymnasium veel tegenkwam. Toen ik bij ERK-niveau eind A2 – begin B1 (Council of Europe, 2020) kwam, werd ik wanhopig. Het lukte me niet meer om alles perfect te doen; Spaans voelde vanaf dat punt als een grote wijde zee, het werd ongrijpbaar en die tien kon ik wel vergeten. Dit punt in het leerproces komt bij leerlingen op de middelbare school rond klas 3. Dat is ook nog precies het moment in de puberteit dat de hormonen door het lokaal gieren en dat je geen zin hebt in je ouders, school of huiswerk. Door het leren van Spaans kwam ik er dus achter waarom klas 3 zo’n ongelooflijk moeilijk jaar is. En juist dat is het moment waarop leerlingen op havo en vwo hun profiel moeten kiezen. 

Ik liet mijn leerlingen inzien dat taal meer is dan het leren van woordenlijsten of grammaticaregels.

Mijn ervaring met Spaans kon ik inzetten in de klas: uiteindelijk gaat het niet alleen om woordjes leren en grammatica, maar over contact maken met een levend persoon. Op straat vul je ook geen invulteksten in. Er zullen altijd situaties komen dat je het opeens niet meer weet, en dat is normaal. Het gaat erom dat je leert je dan toch te redden. Ik gaf daarom ook vaak openboektoetsen. Leerlingen merkten dat ze, zelfs als ze alle informatie voor zich hadden, alsnog niet altijd een tien konden halen. Kennis van de woorden en grammaticaregels is dus niet voldoende. Zo leerden mijn leerlingen inzien dat taal meer is dan het leren van woordenlijsten of grammaticaregels, je moet er echt mee leren bouwen.

Zijn er talen die je nog (beter) zou willen leren, en waarom?

Op dit moment ben ik Engels aan het leren op C1-niveau. Door mijn werk heb ik bijna dertig jaar geen Engels hoeven te spreken, maar doordat ik nu werk op de Faculteit Geesteswetenschappen, spreek ik veel Engels met buitenlandse collega’s. Aankomende woensdag heb ik het examen voor Engels en ik ben echt zenuwachtig. Tegelijkertijd vind ik het erg leuk en ik overweeg door te gaan op C2-niveau. Ik wil ook nog beter Italiaans leren en ben bezig om op Duolingo Arabisch te leren. Nieuwsgierigheid heeft altijd in mij gezeten. Op reis spreek ik het liefst de taal van het land waar ik ben. Ik vraag mij altijd af welke woorden ik minimaal nodig heb om een beetje contact te maken met de mensen. 

Hoe zie jij de huidige situatie van het onderwijs Frans in Nederland? 

Ik denk dat het onderwijs van het Frans de laatste jaren enorm te lijden heeft gehad onder de profielen en onder de kernvakken. Als een leerling een natuurprofiel kiest, dan is het al minder vanzelfsprekend dat hij hier een taal bij volgt. En juist die profielen worden veel gekozen, omdat leerlingen daarmee alle opties open houden voor een vervolgopleiding. Ik vind dat klas 3 ook te vroeg is om al zulke grote beslissingen te nemen over je toekomst. Sinds de profielen zijn ingevoerd is de keuze voor Frans afgenomen. Door de invoering van de kernvakken Engels, Nederlands en wiskunde is er ook nog eens een hiërarchie ontstaan tussen vakken, die ten koste gaat van het Frans en Duits.

Ik denk dat als we meer talen spreken, we ook makkelijker kunnen praten over vrede.

Ik vind het verzwakken van het talenonderwijs door de huidige onderwijsstructuur echt zorgelijk. Talen hebben alles te maken met macht en identiteit, echt alles in het leven is taal, dat wordt onderschat. Ik denk dat als we meer talen spreken, we ook makkelijker kunnen praten over vrede. De aandacht voor talen is niet alleen verminderd in Nederland, het is een wereldwijd probleem.

Hoe probeer jij in je huidige functies bij te dragen aan beter onderwijs? 

Ik ben zowel in Amsterdam als Leiden bezig een brug te slaan tussen het voortgezet onderwijs en de mensen die werken op de geesteswetenschappelijke faculteiten. Ik zet mij in om de instroom en samenwerking te vergroten. Op dit moment hebben we niet alleen een kwantitatief, maar ook een kwalitatief lerarentekort: er staan veel onbevoegde docenten voor de klas. Ik wil die mensen ondersteunen en voorzien van input voor hun lessen. Op die manier kunnen we hopelijk ook de werkdruk voor taaldocenten verlagen.

Concreet betekent dit dat ik bij AlfaGammapartners in Amsterdam en bij het Onderwijsnetwerk Zuid-Holland in Leiden lezingen en bijeenkomsten help organiseren waar docenten een netwerk kunnen opbouwen in hun eigen regio en waar we kennis uit de faculteiten delen. Hierbij is ook ruimte om samen materiaal te maken en zo te werken aan een beter curriculum. De docenten die komen zijn erg enthousiast, maar het blijft best moeilijk voor hen om te komen. Iedereen is zo druk bezig op school. Dat is de paradox, want samenwerken kan juist zo effectief zijn en ook weer tijd opleveren. 

Wat vind jij van de voorstellen voor de vernieuwing van het talenonderwijs?

Vakvernieuwing is een moeizaam proces; we zijn er al decennialang mee bezig en de meeste plannen belanden in een la. Ik vind het hoopvol dat er nu wel beweging in lijkt te komen en ik denk dat daar iets moois uit kan ontstaan. Ik hoop dat de drie pijlers cultuurbewustzijn, taalbewustzijn en communicatie straks terugkomen in het hele curriculum. Waar ik enthousiast van word, is de plek van meertaligheid in het curriculum. Meertalige leerlingen mogen zich er meer bewust van zijn dat taal hun kapitaal is, en dat die meertaligheid een voorsprong geeft op de arbeidsmarkt.

Ik hoop dat de lat voor de leerlingen straks hoger wordt gelegd, dat ze meer worden uitgedaagd in de taallessen. Mijn ervaring met bestaande lesmethodes is dat ze te makkelijk zijn voor gymnasiumleerlingen. Ik denk dat het een enorme kans is als universiteiten gaan helpen meeschrijven aan een echt vwo-curriculum dat zicht biedt op de rijkdom van ons vakgebied.

Een gevaar is wel dat docenten zich soms overweldigd kunnen voelen door de hoeveelheid taken die hun kant op wordt geschoven. De boodschap die ik voor hen heb is dat ze veel van de dingen uit het nieuwe curriculum waarschijnlijk al doen. Vanuit de regionetwerken kunnen we ook beter samenwerken om materiaal met elkaar te delen. Een nieuw curriculum is ook spannend, docenten moeten echt de tijd krijgen om zich erin te verdiepen. Op dit moment kampen we ook met een kwantitatief en kwalitatief schoolleiderstekort. Een goede schoolleider heeft het lef te investeren in de toekomst en geeft docenten de ruimte om met de sectie en binnen de regionetwerken te scholen en samen materiaal te ontwikkelen.

Wat zou jij zeggen tegen studiekiezers die een talenstudie overwegen?

Mijn grootste wens is dat leraren zich meer opstellen als ambassadeur van hun vak. Als elke docent jaarlijks één leerling kan aanmoedigen om de taal en cultuur te studeren, dan is het probleem al opgelost. Het is soms zo simpel dat we het haast lijken te vergeten.

Tegen studiekiezers ben ik altijd eerlijk en ik zal dus nagaan of ze een correct beeld hebben van de inhoud van een talenstudie. Die verschilt namelijk nogal van het schoolvak dat dezelfde naam draagt.

Op dit moment missen we de leerlingen die eigenlijk best geïnteresseerd zijn in taalkunde, er zijn veel leerlingen met interesse in automatische vertalingen en de invloed van kunstmatige intelligentie. Die zijn eerder geneigd te kiezen voor opleidingen zoals informatica dan voor een taal- en cultuuropleiding. We moeten bewustwording creëren bij de leerlingen dat dit ook taal is en dat een talenstudie veel meer inhoudt dan alleen het leren van de taal zelf.

Dit is ook meteen het moment voor twee oproepjes. Om te beginnen aan de schooldecanen: neem talenstudies serieus! Wees je ervan bewust dat ze echt niet alleen draaien om het leren van de taal. Stimuleer leerlingen om een keer mee te lopen op de universiteit om dit zelf ook te ervaren en kom gerust een keer langs voor een gesprek over de keuze voor een talenopleiding.

Verder zou het fantastisch zijn als middelbare scholen open dagen organiseren voor mensen die misschien wel voor de klas zouden willen staan. Ik denk dat er nog veel zij-instromers te winnen zijn, want het onderwijs is echt een fantastische sector om in te werken. Ik hoop dat er voor zij-instromers meer kansen komen om eens te proeven aan het vak en zo te kijken of het echt wat voor hen is!


terug

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *