taalwijs.nu

taalwijs.nu

De impact van taalonderwijs op zinnen die je maakt in een vreemde taal

Door Edwige Sijyeniyo, wetenschappelijk medewerker Centrum voor Taal en Onderwijs, KU Leuven 

Wanneer je een tweede taal leert, maak je spontaan gebruik van de kennis die je al hebt uit je eerste taal, zeker als je kan kiezen tussen grammaticale regels die hetzelfde zijn als in je eerste taal en regels die ermee verschillen. In mijn promotieonderzoek, waarin ik onderzocht hoe anderstalige volwassen nieuwkomers Nederlandse grammaticaregels leren, vond ik dat het vreemdetalenonderwijs niet altijd gebruikmaakt van de intuïtieve kennis uit de eerste taal.

In het Nederlands zijn er verschillende woordvolgordes die hetzelfde zeggen. Je kunt bijvoorbeeld zeggen “De hond achtervolgt de kat” (dit is een actieve zin), “De kat wordt achtervolgd door de hond”, of “De kat wordt door de hond achtervolgd”. De laatste twee zinnen zijn passieve zinnen en ze verschillen in welk onderdeel van de zin benadrukt wordt. De eerste variant legt de nadruk op “de kat” en de tweede variant zet “de hond” op de voorgrond. 

Sommige talen hebben minder woordvolgordes dan het Nederlands. Het Frans kent bijvoorbeeld maar twee verschillende zinsstructuren om dezelfde bovenstaande gebeurtenis te beschrijven, namelijk “Le chien poursuit le chat” (een actieve zin) en “Le chat est poursuivi par le chien” (de passieve variant).” Het lijkt vanzelfsprekend dat moedertaalsprekers van het Frans gebruik zullen maken van de kennis in hun eerste taal om de passieve zin in het Nederlands te maken, aangezien ze dezelfde grammaticaregels volgen (“De kat wordt achtervolgd door de hond”). Maar een belangrijke bevinding in mijn doctoraatsonderzoek is dat studenten Nederlands met Frans als moedertaal expliciet leren om juist de tweede variant van de passief te gebruiken (“De kat wordt door de hond achtervolgd”). Daardoor gebruiken ze nauwelijks de eerste, voor de hand liggende, variant. Taaldocenten scheiden Nederlandstalige grammaticaregels zoveel mogelijk van Franstalige regels. Maar dit zorgt niet altijd voor de meest ‘natuurlijke’ keuze tijdens het spreken in de tweede taal.

Strategische keuzes in het taalonderwijs

Ik vond dat taaldocenten soms strategische keuzes maken om fouten in de nieuwe taal te voorkomen. Die kunnen namelijk ontstaan wanneer leerders leunen op de kennis van hun eerste taal. In het Nederlands komt het hoofdwerkwoord vaak aan het einde van een zin (bv. “Ik heb de taart opgegeten”). In het Frans komt het hoofdwerkwoord in het midden van de zin: “J’ai mangé le gateau”). Als Franstaligen leunen op kennis van hun eerste taal, kan dit voor fouten zorgen in het Nederlands (*Ik heb opgegeten de taart). Daarom zien we dat taaldocenten in Wallonië hun studenten aanleren om het hoofdwerkwoord altijd achteraan te plaatsen, en dit leidt dus tot de ‘onnatuurlijke’ keuze voor “De kat wordt door de hond achtervolgd. Deze zin is de ‘onnatuurlijke keuze’ omdat moedertaalsprekers van het Nederlands namelijk een sterke voorkeur hebben voor de andere variant van de passief waarbij het hoofdwerkwoord in het midden van de zin staat (“De kat wordt achtervolgd door de hond”).

Taalonderwijs heeft een sterke impact op de zinskeuzes in een vreemde taal

Het lijkt er dus op dat grammaticaregels, die expliciet aangeleerd worden, een sterke impact hebben op de zinnen die leerders gebruiken. Toch leidt gebruikmaken van kennis vanuit de eerste taal niet altijd tot fouten: taalleerders die Nederlands buiten de school leren, gebruiken met gemak beide soorten van passieve zinnen. Concluderend zou je kunnen zeggen dat het voor het vreemdetalenonderwijs soms kan helpen om te vertrekken vanuit de kennis van de moedertalen van leerlingen (als er niet al te veel verschillende talen in de klas zijn). Sommige grammaticaregels zijn namelijk hetzelfde tussen talen en omdat leerlingen dezelfde informatie al hebben opgeslagen in hun eerste taal, kunnen ze hierop leunen wanneer de tweede taal gelijkaardige grammaticaregels heeft. Wel is het belangrijk dat leerders eerst en vooral een goed beeld krijgen van de verschillen in grammaticaregels tussen talen, en dit kan, wanneer de kans zich voordoet, expliciet worden aangegeven door de docent.


terug

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *