Logo Universiteit Utrecht

taalwijs.nu

taalwijs.nu

Meer- of mindertaligheid?

Door Sylvia Dortmundt:

 

Leerlingen in mijn tweede klas vmbo-bk hebben voor het eerst Duits. Nadat ze hebben geleerd zichzelf in het Duits voor te stellen leren ze, verderop in het hoofdstuk, tellen in het Duits. Ik vraag aan Zsolt, Nikodem en Jelte om hardop te tellen van één tot en met twintig.

Zsolt begint; egy, kettő, három, négy……………, Nikodem gaat verder; jeden, dwa, trzy, cztery, pięć, sześć ……… en Jelte eindigt met ien, twa, trije, fjouwer, fiif, seis, san, acht, njoggen, tsien…….

Alle leerlingen zijn muisstil en luisteren aandachtig, eentje roept na afloop; “maar dat is toch helemaal geen Duits?”

Voor de les had ik de leerlingen al benaderd met de vraag of ze in hun eigen taal wilden laten horen hoe de getallen van één tot en met twintig klinken. In eerste instantie keken ze me vragend aan omdat zij in de veronderstelling waren dat ze bij mij Duits zouden leren. Alle drie besloten ze het toch te doen.

Ik vervolg de les met de bewerking van het nummer Eins, Zwei, Polizei van Mo-Do om de Duitse getallen te introduceren. Daarna laat ik de klas een vergelijking maken met het Pools van Nikodem, het Hongaars van Zsolt en het Fries van Jelte. De Hongaarse getallen vinden ze niet te vergelijken met het Duits maar het getal zes in het Pools klinkt een beetje als getal sechs in het Duits en in het Friese tsien herkennen ze het Duitse zehn.

“In eerste instantie keken ze me vragend aan omdat zij in de veronderstelling waren dat ze bij mij Duits zouden leren.”

Als docent Duits spreek ik toch geen Pools, Hongaars, Arabisch of……………..?

In de loop van de jaren zijn mijn klassen steeds diverser geworden en waar ik dat in eerste instantie als een probleem zag probeer ik nu de taaldiversiteit te benutten. Fries versta ik wel maar van Arabisch begrijp ik niets en aan Pools kan ik geen touw vastknopen. Toch weerhoudt mij dat niet om eerste talen van mijn leerlingen in te zetten om een klas Duits te leren.

Meertaligheid inzetten, hoe dan?

Begin klein, zoals met het tellen en breid dat uit naar praten over vrije tijd, school of familie en vrienden. Laat leerlingen de overeenkomsten of verschillen tussen Duits, Fries, Hongaars of Nederlands ontdekken.  Moedig bijvoorbeeld twee, van oorsprong Poolse, leerlingen aan elkaar in het Pools uit te leggen wat er in de Duitse tekst staat.

Leerlingen worden zich op deze manier meer bewust van de verschillende talen om zich heen, van hun eigen eerste taal en leren die taal in te zetten bij het leren van Duits. Door de aanwezige meertaligheid niet als obstakel maar als meerwaarde te zien draag ik niet alleen bij aan het vergroten van kennis van de Duitse taal en cultuur maar ook aan onderling begrip en tolerantie. Leerlingen voelen zich trots en gezien wanneer hun eerste taal wordt ingezet tijdens de Duitse les en dat werkt zeer motiverend.

De Raad van Europa benadrukt het belang van meertalige kennis voor alle Europese burgers dus laten we als talen docenten het goede voorbeeld geven en in onze lessen gaan voor meer-, meer-, MEERTALIGHEID.

 

Sylvia Dortmundt

docent Duits

 

Deze blog maakt deel uit van ‘Geef handen en voeten aan Curriculum.nu’, een reeks die tot doel had eerste ideeën rond de verdere uitwerking van Curriculum.nu te verzamelen van de aanloop naar de presentatie van de eindproducten tot aan de landelijke studiedag van Levende Talen. Klik hier voor een overzicht van alle blogs.


terug