taalwijs.nu

taalwijs.nu

Is AI een bedreiging voor ons onderwijs in de moderne vreemde talen?

door
Marco Bril
Universitair docent Psycholinguïstiek en Franse taalkunde, en vakdidacticus Frans Universiteit Utrecht

Een van de meest recente uitdagingen in het mvt-onderwijs is misschien wel de opkomst van AI, waarmee je over het algemeen goede vertalingen kunt maken, een gestructureerde tekst kunt genereren en waarmee je ook nog eens suggesties voor onderwerpen voor je tekst kunt krijgen. Dat roept een hoop legitieme vragen bij mvt-docenten op: ‘’Levert AI nu een bedreiging voor mijn vak op?’’, ‘’Als ik AI wil gebruiken in mijn lessen, hoe kan ik dat doen?’’ en ‘’Wat betekent dit voor de toetsing van taalvaardigheid?’’.

Om met elkaar in gesprek te gaan over deze relevante vragen, heb ik tijdens de LIO-dag van dit jaar (30 maart jl.) een workshop verzorgd met als titel: AI-geletterdheid, meertaligheid en schrijfvaardigheid in een mvt. Deze workshop was mede gebaseerd op mijn lopende NWO Open Competitie XS-subsidie, waarmee ik onderzoek doe naar de mogelijke relatie tussen AI-geletterdheid en meertaligheid, en specifiek de rol van vreemdetalenkennis hierbij. 

Met veel plezier nam ik de volle zaal met LIO’s, collega-vakdidactici en overige toehoorders mee in de achtergrond van mijn project en presenteerde ik een voorbeeld van hoe mijns inziens AI geïntegreerd zou kunnen worden in het schrijfonderwijs. Een terechte vraag die je op dit moment misschien hebt, is of je als mvt-docent überhaupt wel AI wilt gebruiken. We weten namelijk goed dat AI culturele of pragmatische nuances niet kan meenemen in teksten, denk bijvoorbeeld aan een adequate uitdrukking van beleefdheid. Vreemde talen zijn immers veel meer dan alleen woorden en grammatica. Alle complexere aspecten van taal, zoals de sociale interactie tussen mensen die taal mede vormgeeft, is niet in een AI-tool te gieten. Het is niet direct voorspelbaar. Bij de start van mijn workshop gaf ik daarom de disclaimer: ‘’deze workshop heeft niet tot doel om AI te promoten voor ons mvt-onderwijs, maar geeft een suggestie voor als je het zou willen gebruiken’’.

Maar wat verstaan we eigenlijk onder ‘AI-geletterd zijn’? Ik definieerde daarom eerst het begrip AI-geletterdheid op basis van het paper van Ng et al. (2024), waarin AI-geletterdheid als een concept bestaande uit vier dimensies wordt beschreven: Affectie (wil ik AI gebruiken?), Gedrag (wil ik AI inzetten om de lesdoelen te bereiken?), Cognitie (wat weet ik over de werking van AI?) en Ethiek (vind ik AI betrouwbaar?). Een belangrijk aspect bij deze dimensies is dat je in staat bent om de voordelen en beperkingen van AI goed in te schatten. Voor het mvt-onderwijs is dat bijvoorbeeld de vaardigheid om AI-vertalingen te kunnen evalueren tegen het licht van de brontekst. 

De vaardigheid om taaluitingen met elkaar te kunnen vergelijken, wat goed past bij het domein Taalbewustzijn in het hernieuwde curriculum, is daarbij van belang. Als we dat koppelen aan een bekende term uit de psycholinguïstiek, komen we uit op Taalbewustzijn, wat gedefinieerd wordt als ’’de vaardigheid om te denken en reflecteren over de aard en functie van taal’’ (Pratt & Grieve, 1984, p.2). En laat dit nu een vaardigheid zijn waarin meertalige leerlingen over het algemeen sterker zijn dan eentalige leerlingen (zie bijv. Rauch et al. 2012). 

Kennis van meerdere talen kan dus leiden tot een sterkere vaardigheid om taaluitingen met elkaar te vergelijken. Hypothetisch zou dat dus ook toegepast kunnen worden bij het vergelijken van een AI-taaluiting, zoals een vertaling, en de brontekst, wat leerling in staat kan stellen om kritisch te kijken naar AI-output. Daarmee zou het een positief effect kunnen hebben op AI-geletterdheid. Deze hypothese staat centraal in mijn NWO-project.

Vanuit deze hypothese heb ik het afgelopen collegejaar samen met 2 onderzoeksassistenten didactisch materiaal ontwikkeld waarin AI geïntegreerd is in een schrijfopdracht. Naast het produceren van een tekst wordt leerlingen ook gevraagd te reflecteren op de kwaliteit van de AI-vertalingen, zoals de adequaatheid van vertalingen, tekstcoherentie en goede weergave van het oorspronkelijke idee van de tekst. Dit materiaal heb ik gepresenteerd tijdens de workshop. Daarbinnen hebben we ook expliciet aandacht besteed aan de meertalige achtergrond van leerlingen, zoals thuistalen of het Engels.

De kern van dit materiaal bestaat uit een specifieke focus op het schrijfproces en minder op het eindresultaat. Op basis van onderzoek (bijv. Ng et al., 2024) blijkt dat AI goed ingezet kan worden in de tussenliggende schrijffases richting een finale versie van een tekst. De eerste stap is bijvoorbeeld het formuleren van argumenten of ideeën die je als schrijver in je tekst wilt zetten. AI zou een leerling kunnen helpen door enkele suggesties voor schrijfideeën te bieden. In een later stadium zou AI de tekst coherenter kunnen maken door voegwoorden of coherence markers (ten eerste, ten tweede) toe te voegen. Een essentiële activiteit voor de leerling is om dit te evalueren en te controleren of de AI-toevoeging nog steeds in lijn is met het idee dat de leerling in het hoofd had. Op deze manier ligt de focus van het schrijven meer op het proces dan op de uiteindelijk geschreven tekst. AI inzetten tijdens de cognitieve fases van het schrijfproces is wat in de literatuur ook wel cognitive offloading wordt genoemd. AI neemt dan een klein gedeelte van het cognitieve proces over, waardoor er meer ruimte ontstaat om aan de andere schrijffases te werken. Dat is iets anders dan leerlingen een kant-en-klare AI-vertaling te laten genereren, waarbij bijna alle cognitieve fases uitbesteed worden aan AI. Tevens werken leerlingen zo aan enkele nieuwe eindtermen van het mvt-curriculum: Taalbewustzijn, eindterm 12, waarbij de leerling inzicht moet tonen in het eigen taalleerproces. Het vragen om verbetersuggesties door AI wordt bij deze eindterm zelfs als suggestie genoemd. Of Eindterm 14 waarbij de leerling inzicht moet hebben in de mogelijkheden en beperkingen van digitale middelen bij het leren van een mvt. 

Wat erg mooi was, was dat er in de workshop een interessante discussie op gang kwam over de toetsing van taalvaardigheid. Voor mvt-docenten die AI zouden willen integreren in hun lessen, betekent dat namelijk dat de toetsing meer gericht zou moeten worden op het schrijfproces en minder op het eindresultaat. Daarbij werd ook besproken in hoeverre het gepresenteerde materiaal voor alle mvt’s te gebruiken is, omdat het taalniveau voor Engels hoger ligt dan voor de andere mvt’s. En hoe staan we dan tegenover de ethische aspecten van AI? Willen we leerlingen AI laten gebruiken als de impact op het milieu heeft? En in hoeverre zorgt AI ervoor dat de creativiteit van leerlingen tijdens het schrijven teniet wordt gedaan?

Kortom, er zijn heel veel vragen die tot nuttige discussies leiden en waarmee we goed kunnen nadenken of én hoe we AI een plek willen geven in onze mvt-lessen. Ik kijk terug op een interessante workshop met zeer relevante discussies!

Referenties:

Ng, D. T. K., Wu, W., Leung, J. K. L., Chiu, T. K. F., & Chu, S. K. W. (2024). Design and validation of the AI literacy questionnaire: The affective, behavioural, cognitive and ethical approach. British Journal of Educational Technology55(3), 1082-1104. https://doi.org/10.1111/bjet.13411

Pratt, C., & Grieve, R. (1984). The development of metalinguistic awareness: An introduction. In Metalinguistic awareness in children: Theory, research, and implications (pp. 2-11). Berlin, Heidelberg: Springer Berlin Heidelberg.

Rauch, D. P., Naumann, J., & Jude, N. (2012). Metalinguistic awareness mediates effects of full biliteracy on third-language reading proficiency in Turkish–German bilinguals. International Journal of Bilingualism16(4), 402-418. https://doi.org/10.1177/1367006911425819


terug