taalwijs.nu

taalwijs.nu

Meer dan alleen woordjes leren

door
Marieke Dobbelsteijn
Frans Leraar in Opleiding aan de UU

Een dag vol enthousiasme, inspiratie en leerzame gesprekken: zo zou ik de LIO-dag, georganiseerd door het Meesterschapsteam MVT, het beste omschrijven. Samen met andere docenten in opleiding voor moderne vreemde talen zat ik afgelopen maart in een grote collegezaal in Utrecht, klaar om stil te staan bij een vraag die aan de basis ligt van alles wat we doen. Waarom onderwijzen we talen?

Het lijkt een eenvoudige vraag, maar toen die in de zaal werd gesteld, bleef het eerst even stil. Daarna kwamen de eerste antwoorden langzaam op gang. Talen openen deuren naar andere werelden. Ze helpen je jezelf beter te begrijpen. Ze vergroten je inlevingsvermogen. Maar tegelijk klonk ook de stem van de leerling door ons hoofd: ‘Waarom zou ik nog een taal leren? Ik heb toch gewoon mijn telefoon om alles op te zoeken?’

Juist dat spanningsveld maakt de vraag zo interessant. Natuurlijk kunnen vertaalapps steeds meer, maar taalonderwijs gaat over veel meer dan woorden vertalen. Zoals Dönszelmann tijdens zijn introductiepraatje als Host of the Day, treffend zei: ‘Alles is taal.’ Wat mij betreft een goede boodschap om deze dag mee te beginnen.

Het imago van talenstudies

De eerste spreker, Maaike Koffeman, nam ons mee terug naar haar middelbareschooltijd in de jaren tachtig. Daar kreeg ze, vlak voordat ze haar vakkenpakket moest kiezen, een filmpje te zien met de boodschap: kies exacte vakken, want daar kom je verder mee. Toch verliet ze de middelbare school uiteindelijk met zes talen in haar pakket, dwars tegen die heersende overtuiging in. 

Tot op de dag van vandaag is die voorkeur voor de bètakant nog goed zichtbaar in het onderwijs en in de media. Bij de invoering van de profielen was het idee dat leerlingen zich redelijk gelijk zouden verdelen, maar in de praktijk kiest slechts een klein deel voor het profiel Cultuur en Maatschappij. Dat profiel geldt bovendien als minder uitdagend, ook beter bekend als ‘pretpakket’. Koffeman stelde dan ook de vraag: waarom kozen wij destijds eigenlijk wél voor een talenstudie? In de zaal werd al snel duidelijk dat inspirerende docenten en steun vanuit huis daar een grote rol in speelden. Tegelijk kwamen ook drempels naar voren: veel leerlingen weten simpelweg niet wat een talenstudie inhoudt. Ze denken vaak aan woordjes leren en grammatica stampen, of aan het beperkte idee dat je er alleen docent mee kunt worden. In werkelijkheid zijn talenstudies juist heel breed: van literatuur en cultuur tot communicatie, politiek, media, vertalen, internationale betrekkingen en het bedrijfsleven. Daar ligt volgens Koffeman een duidelijke opdracht voor ons als taaldocenten. We moeten leerlingen laten zien dat een taal veel meer is dan rijtjes woordjes leren. De nieuwe kerndoelen lijken daar gelukkig steeds meer ruimte voor te bieden.

Doeltaalgebruik in de les: meer dan alleen input 

Na een korte koffiepauze verspreidde het publiek zich over de verschillende workshops. Zelf belandde ik bij Sebastiaan Dönszelmann, die ons in een uur liet zien hoe je de doeltaal slim inzet in de mvt-les. 

Hoe doe je dat dan? Dat bleek nog best complex, merkte ik al snel tijdens de workshop. Goed doeltaalgebruik betekent niet dat je zomaar zo veel mogelijk Frans, Duits of Engels spreekt. Doeltaal werkt alleen als die begrijpelijk is. Is de uitleg te moeilijk, dan haken leerlingen simpelweg af. Dat werd al snel duidelijk toen Dönszelmann in vloeiend Frans een uitleg gaf over de superlatif. Als studente Frans kon ik het goed volgen, maar om me heen zag ik genoeg glazige blikken en open monden. Hoe het dan wél moet? Rustig praten, duidelijk articuleren, veel herhalen, visuele ondersteuning en prompting: een zin expres niet afmaken, zodat leerlingen die zelf aanvullen. Als docent moet je je vooral bewust zijn van de voorkennis van leerlingen en zo veel mogelijk een koppeling maken tussen het doeltaalgebruik en de lesstof. Daarbij is communicatie niet altijd het belangrijkste. Om dit te illustreren vroeg Dönszelmann ons om onze innerlijke tiener naar boven halen. Hij stelde vervolgens de vraag: ‘What exercise are you doing?’ Wij antwoordden braaf: ‘One.’ Op zich prima communicatie, maar de vraag is of leerlingen er echt iets van opsteken. Daar ligt volgens Dönszelmann de rol van de docent: leerlingen nét een stapje verder helpen. Bijvoorbeeld door te zeggen: ‘You are doing exercise one, because you are doing it right now.’ Zo kun je meteen de koppeling maken met de Present Continuous en daar later in de les op terugkomen. Als je als docent wilt dat leerlingen de Present Continuous gaan gebruiken, moet je er eerst de nadruk op leggen: je moet ervoor zorgen dat ze het ‘noticen’, waarna ze het vervolgens leren. Hetzelfde geldt voor de woorden in de woordenlijst van het hoofdstuk. Als je wilt dat leerlingen die leren, is het natuurlijk van belang dat je ze ook echt gebruikt tijdens de les. Het verbaasde me dan ook dat Dönszelmann zei dat hij tijdens lesobservaties zag dat docenten de woorden uit de woordenlijst bijna niet gebruiken in hun doeltaalgebruik. Die avond heb ik daarom zelf maar eens goed naar de woordenlijsten van mijn stageklassen gekeken….

Plezier terugbrengen in de taalles

Mijn tweede workshop bracht me bij Inge Elferink, docente aan de Rijksuniversiteit Groningen, die ons meteen de vraag stelde: waar begon jouw passie voor het Frans? De uiteenlopende antwoorden maakten het meteen persoonlijk, van een mooi boek naar familie in Frankrijk. Voor mij was dat een uitwisseling naar Caen: een week waarin ik me verwonderde over hoe mooi de taal klonk en over hoe anders de cultuur was. Ik weet nog hoe ik met mijn gastmoeder een Bretonse galette probeerde te maken; zij sprak nauwelijks Engels, en ik merkte hoe beperkt mijn Frans nog was. Juist dat motiveerde me. Na het rondje zei Elferink treffend: ‘On oublie un peu le plaisir.’ We vergeten soms het plezier. Docenten hebben vaak veel passie voor hun vak, maar in de les komt dat niet altijd zo duidelijk terug. Taakgericht onderwijs kan volgens Elferink helpen: opdrachten met een concreet doel, waarbij taal een middel wordt in plaats van het eindpunt. In groepjes bekeken we vervolgens voorbeelden van zulke taken, zoals het ontwerpen van een socialmediacampagne voor de Congolees-Nederlandse zanger Claude of het plannen van een dagtrip naar Lille. Ik liep weg met veel nieuwe lesideeën. Tijdens de afsluitende borrel sprak ik nog een studente Duits die haar liefde voor de taal ontdekte via strips; een mooie reminder dat passie voor een taal overal kan ontstaan. 

Zo liet deze LIO-dag mij vooral zien dat taalonderwijs niet draait om het beheersen van woorden of regels alleen, maar om het openen van perspectieven, het aanwakkeren van nieuwsgierigheid en het terugbrengen van betekenis in de klas. Juist daarin ligt onze rol als (toekomstige) taaldocenten: leerlingen niet alleen een taal leren, maar ze laten ervaren waarom die taal ertoe doet.


terug