taalwijs.nu

taalwijs.nu

Op weg naar een geïntegreerde mvt-les

We beginnen ze inmiddels aardig goed te kennen, die nieuwe kerndoelen van het mvt-onderwijs. Kerndoel 34: de leerling gebruikt de doeltaal in rijke en betekenisvolle contexten. Kerndoel 35: de leerling communiceert in de doeltaal. En kerndoel 36: de leerling ontwikkelt zich als taal- en cultuurbewuste gebruiker van de doeltaal.

Dan nu de uitdaging: hoe zorg ik ervoor dat mijn leerlingen het gewenste ERK-niveau bereiken in de verschillende taalvaardigheden met twee lesuren per week én zich tegelijkertijd ontwikkelen tot taal- en cultuurbewuste gebruikers van de doeltaal? Het antwoord lijkt voor de hand te liggen: door alles met elkaar te verbinden. Maar hoe doe je dat in de praktijk? Dat is een belangrijke vraag waar veel docenten en ontwikkelaars zich momenteel mee bezighouden.

Van één authentieke tekst naar meerdere kerndoelen

Mijn dochter van veertien liet me laatst de clip zien van de Duitse zangeres Namika en de Franse rapper Black M, waarin ze door Parijs lopen en zingen: “Je ne parle pas français, aber bitte red weiter.” Waarop Black M antwoordt “Hey Miss, ich spreche nicht Deutsch. Viens je vais te montrer c’est quoi la French Touch”/ Fais vite, ici tout va vite les Parisiens n’ont pas l’temps”. Ik reageerde enthousiast niet alleen omdat mijn puberdochter ineens weer iets wilde delen met mij, maar ook door beroepsdeformatie. Wat kun je veel met zo’n meertalig liedje! Taal, cultuur, communicatie en identiteit komen allemaal samen in een authentieke en betekenisvolle context. En je kan ook nog eens samenwerken met de sectie Duits. 

Helemaal aan het begin van mijn carrière als docent Frans (inmiddels 20 jaar geleden) koos ik regelmatig een liedje om een bepaalde grammaticale structuur of werkwoordstijd mee te oefenen. Als goede Franse millennial had ik het liedje Van Jean-Jacques Goldman “On ira” gekozen om de toekomende tijd te oefenen. Ik liet de clip zien, liet leerlingen een invulopdracht maken en daarna zongen we het liedje een keer klassikaal. De kinderen vonden het leuk, dacht ik. Maar ze leerden er uiteindelijk niet heel veel van. Nu zie ik, achteraf, hoeveel meer ik nog had kunnen doen met dit liedje, gekoppeld aan het thema reizen waarin een meisje aan het liften is in Frankrijk aan het eind van de jaren tachtig. Het liedje en de clip bieden mogelijkheden voor taal, cultuur, communicatie én persoonlijke betekenis.

Jaren later gaf ik de module Poésie aan de masterstudenten van de lerarenopleiding. We bestudeerde onder andere het gedicht “Demain dès l’aube” van Victor Hugo uit 1856. Ik ontdekte dat de Franse zangeressen “Les Frangines” dit gedicht op muziek hadden gezet met een moderne clip waarin ze liften in Noord Frankrijk. In het gedicht schrijft Hugo “Demain, dès l’aube, je partirai”. Ah, tiens! De toekomende tijd… maar nee, dit wordt zeker niet meer het doel. Het moet meer communicatief zijn in de trend van “de leerling kan een droomreis beschrijven” of “de leerling kan vertellen over een plek die voor hem of haar belangrijk is”. Kijkend naar de actuele kerndoelen kunnen we hiermee nog veel meer doen. Wie was Victor Hugo? Waarom gebruik hij “tu” in het gedicht en wie is eigenlijk de aangesproken persoon? Waar is Harfleur en waarom liften de “Frangines” daar naartoe? 

Je kunt zelfs de natuur en het landschap erbij betrekken. In welke tijd van het jaar speelt het zich af? Wat betekent “la bruyère en fleur” ? Heb je de mooie paarse heidevelden al gezien in Nederland in augustus? En hoe kijken leerlingen naar liften als manier van reizen? Zouden zij dat zelf doen? Waarom wel of niet? Er ontstaat zelfs ruimte voor een dieper gesprek: hoe gaan mensen om met de dood? Hugo reist alleen en in stilte naar het graf van zijn dochter. In andere culturen wordt de dood juist samen beleefd, bijvoorbeeld tijdens Día de los Muertos in Mexico, waar overleden dierbaren worden herdacht en het leven wordt gevierd. Zo wordt een gedicht een vertrekpunt voor taal, cultuur, literatuur, persoonlijke ervaringen en interculturele gesprekken.

Taalvariatie en identiteit

Ook Slam Poetry leent zich uitstekend voor het geïntegreerd werken aan de nieuwe kerndoelen. De Slam is een vorm van voordrachtspoëzie waarbij de performance en de gesproken taal een belangrijke rol spelen. Deze moderne vorm van poëzie ontstond in de Verenigde Staten in de jaren tachtig en verspreidde zich vervolgens over de hele wereld.

Het gaat vaak over persoonlijke ervaringen en maatschappelijke thema’s, zoals liefde en verlies, identiteit, discriminatie, familie, oorlog, de dood en de rouw. Thema’s die herkenbaar en actueel zijn en die leerlingen uitnodigen om niet alleen naar de taal, maar ook naar zichzelf en de wereld om hen heen te kijken.

Onlangs werkte ik met studenten met “Je viens de là” van de Franse slamdichter Grand Corps Malade. In deze slam beschrijft hij de banlieue waar hij vandaan komt. Met studenten ga ik eerst in gesprek over de taal. Welke registers horen we? Hoe wisselt de tekst tussen straattaal, spreektaal en meer metaforische en poëtische taal?

Grand Corps Malade zegt:

“Je viens de là où le langage est en permanente évolution

Verlan, rebeu, argot, gros processus de création

Chez nous, les chercheurs, les linguistes viennent prendre des rendez-vous

On n’a pas tout le temps le même dictionnaire mais on a plus de mots que vous.”

Oftewel:

“Ik kom uit een plek waar taal voortdurend in ontwikkeling is.

Verlan, straattaal, slang, een enorm creatief proces.

Bij ons komen onderzoekers en taalkundigen afspraken maken.

We hebben niet altijd hetzelfde woordenboek, maar we hebben meer woorden dan jullie.”

En dan begint het interessante gesprek. Wie bedoelt hij met “jullie”? Wie voelt zich aangesproken? Welke beelden hebben we van Parijs en van de banlieue? Kloppen die beelden eigenlijk wel? Wie woont daar en welke talen en taalvarianten horen daarbij? Vervolgens kunnen leerlingen aan de slag met een vraag die iedereen die een nieuwe taal leert vroeg of laat krijgt: “Waar kom jij vandaan?” Waarop in onze multiculturele klassen steeds meer verschillende antwoorden kunnen zijn. En zouden leerlingen (slam-end) kunnen beantwoorden “J’viens d’là où….” met een mooie realistische Franse straattaal waar alle “e”s zijn weggevallen en met Franse woorden die bij hun eigen identiteit passen. 

De nieuwe kerndoelen vragen van ons niet alleen dat leerlingen een taal kunnen gebruiken. Ze vragen ook dat leerlingen ontdekken hoe taal beweegt, hoe cultuur en taal met elkaar verbonden zijn en hoe zij zichzelf als taal- en cultuurbewuste gebruiker van een vreemde taal ontwikkelen. Gedichten, liedjes, clips en andere culturele uitingen zijn korte, authentieke en rijke bronnen met ruimte om niet alleen aan enkele communicatieve doelen te werken, maar juist om de verschillende doelen met elkaar te verbinden.

Misschien betekent vakvernieuwing voor mij daarom niet dat we alles wat we deden moeten loslaten. Het betekent vooral dat we anders gaan kijken naar wat er al in onze lessen aanwezig is. Misschien begint een geïntegreerd mvt-programma daarom niet met het ontwerpen van nóg meer lesmateriaal, maar met anders kijken naar het materiaal dat we al hebben. Misschien gebruik je al een liedje als luisteroefening, een gedicht als leesactiviteit of een videoclip als introductie van een thema. Ongeacht of het komt uit je eigen tienerjaren, uit de 19de eeuw of uit de laatste jaren, stel jezelf de volgende keer deze vragen: 

Welke taal- én cultuuraspecten kan ik met dezelfde bron verbinden? Welke taalvariatie hoor ik? Welke culturele waarden, gewoontes of perspectieven komen naar voren? Welke beelden over een land of gemeenschap worden bevestigd of juist ter discussie gesteld? Welke betekenisvolle vraag kan ik mijn leerlingen laten beantwoorden met de doeltaal?

Want uiteindelijk gaat het over wat leerlingen zelf met deze bron kunnen doen: een mening geven, een ervaring delen, een vraag stellen, een perspectief onderzoeken of hun eigen verhaal vertellen.

Charline Rouffet, Lerarenopleider Frans aan de Hogeschool Utrecht

Zie ook:

Grand Corps Malade. (2008). Je viens de là. Op Enfant de la ville [Lied]. 

Goldman, J.-J. (1987). On ira. Op Entre gris clair et gris foncé [Lied]. 

Hugo, V. (1856). Demain, dès l’aube. In Les Contemplations. 

Les Frangines. (2019). Demain dès l’aube [Lied]. 

Namika. (2018). Je ne parle pas français (met Black M) [Lied]. 

SLO. (z.d.). Kerndoelen. https://www.slo.nl/kerndoelen/

SLO. (z.d.). Actualisatie van de kerndoelen. https://www.slo.nl/thema/meer/actualisatie-kerndoelen-examenprogramma/actualisatie-kerndoelen/

 




terug